Bijzondere objecten
Sommige museumstukken trekken meteen je aandacht — omdat ze zeldzaam zijn, onverwacht, of omdat je je afvraagt: wat is hier gebeurd?
Op deze pagina vind je een selectie van bijzondere objecten uit Museum Sloten. Elk voorwerp heeft een eigen verhaal en werpt een verrassend licht op het verleden van de stad: van macht en strijd tot dagelijks leven en rechtspraak. Kijk mee, en ontdek hoe tastbaar geschiedenis kan zijn.
Authentieke tweehandszwaarden
Houtsnede van Hans Sebald Behan (ca 1530). Collectie Boijmans van Beuningen.
In de Raadzaal van het voormalige stadhuis van Sloten (nu dus Museum Sloten) hangen sinds jaar en dag twee tweehandszwaarden. We wisten dat er in totaal twaalf van die zwaarden waren. Van die zwaarden lagen er to voor kort twee op zolder van het meseum, en acht nog op de zolder van het oude raadhuis van Balk dat dienstdeed als depot van Museum Sloten. Maar we wisten niet hoe bijzonder dat was: zijn ze werkelijk gebruikt, en hoe werd er dan mee gevochten, en tegen wie?
En toen kwam het telefoontje van het Nationaal Militair Museum. Of ze de twee zwaarden die op de Raadzaal hingen mochten onderzoeken. Birgit Yzer – die het collectiebeheer verzorgt – zei dat ze van harte welkom waren, en en passant zie ze ook dat we er nog tien hadden. En de conservervatoren van NMM ontploften bijna van enthousiasme: “Dan ben je als conservator echt heel blij”, zegt Casper van Dijk.
Zijn het ceremoniële zwaarden of werden ze echt gebruikt om te vechten?
De twee zwaarden die in Museum Sloten in de Raadszaal hingen, zijn behoorlijk groot, en juist bij grotere zwaarden is de kans groot dat het toch ceremoniële zwaarden zijn voor aan de muur of om in optochten mee te lopen. Om dat te beoordelen zijn de conservatoren van het Nationaal Militair Museum hun onderzoek gestart. En toen ze hoorden dat Museum Sloten twaalf zwaarden heeft, die allemaal ongeveer hetzelfde eruitzien en zich op één plek bevinden, steeg meteen ook de kans dat ze gebruikt zijn.
Balanspunt
Om daar zekerheid over te krijgen hebben de onderzoekers eerst de zogenoemde dynamische eigenschappen gemeten. Je meet dan onder meer het balanspunt op door het zwaard op één vinger te leggen (ze zijn niet zwaar!) en kijkt dan op welk punt het ongeveer in balans is. Dat balanspunt wordt onder andere bepaald door de pommel – het bolvormige contragewicht aan de achterkant. Dat balanspunt bepaalde hoe het wapen gehanteerd werd: zit het meer naar voren dan kun je er harder mee slaan maar wordt het lastiger te hanteren; zit het meer naar achter dan wordt het wendbaarder, maar kun je er ook minder schade mee toebrengen.
Andere eigenschappen
Van alle tweehandszwaarden in het onderzoek – ruim honderd – meten ze alle eigenschappen en verhoudingen op: datering, materiaal, afmetingen, maker, etc. Daar komt dan een dataset uit, en daarin verschijnen dan groepen van zwaarden die bepaalde eigenschappen gemeenschappelijk hebben, bijvoorbeeld het balanspunt. Maar wat betekent het nou in de praktijk, zo’n balanspunt?
De zwaarden die echt bedoeld waren om te vechten zijn vervaardigd van ongeveer 1560 tot 1630, en ze zullen dus gebruikt zijn tijdens de Tachtigjarige Oorlog, in de strijd tegen de Spanjaarden. Meestal werden deze zwaarden gebruikt door elite-soldaten, zogenaamde ‘dubbel soldaten’ die dubbel soldij kregen. Tweehandszwaarden waren echt bedoeld voor het heetst van de strijd. De soldaten zwaaiden hun tweehandszwaard continu om zich heen om tegenstanders op afstand te houden. Als tegenstanders toch dichtbij kwamen kon het blad aan het begin vast worden gepakt en dan kon je ermee steken of mensen opzij duwen.
Op onderstaande afbeelding zie je duidelijk dat de meeste krijgers lansen als wapen hebben, maar dat middenin het gewoel enkele krijgers een tweehandszwaard hanteren.

Hans Holbein de Jongere, Feldschlacht (ca 1524). Collectie Kunstmuseum Basel
Een zolder is geen goede plek voor zo’n prachtige zwaardenverzameling. Ze zijn inmiddels goed geconserveerd. Op 1 september zullen ze in hun volle glorie in een nieuwe opstelling te zien zijn in Museum Sloten. We houden het publiek op de hoogte via nieuwsbrieven en onze socials.
Herinneringen aan schandstraffen
Schandstraffen waren vanaf de Middeleeuwen tot ver in de 18e eeuw heel gebruikelijk. Ook in Sloten. Als stad met stadsrechten mocht Sloten zelf rechtspreken en straffen ten uitvoer leggen. In Museum Sloten, en ook in de stad, hebben we daar nog tastbare herinneringen aan. Niet zozeer aan de wrede lijfstraffen, maar wel aan de zogenoemde schandstraffen. De achterliggende reden was dat een onterende straf zo’n diepe indruk op de veroordeelden maakte dat die het in het vervolg wel zou nalaten nog een keer een overtreding te begaan.
In de schandpaal – die in Sloten nog altijd een prominente plek heeft – werd je met hoofd en armen vastgezet. Het is al erg genoeg om een dag lang zo te moeten staan, maar omstanders mochten je ook bespotten en bekogelen met van alles. Soms ging het ‘slechts’ om rot fruit, maar het kwam ook voor dat er stenen gegooid werden. En aangezien de veroordeelde vastzat en zich niet kon verweren, kon hij de stenen niet ontwijken. Niet zelden verliet een veroordeelde de schandpaal dan ook met verwondingen aan hoofd of armen. Wie op een drukke dag aan de schandpaal moest staan, kreeg het doorgaans dus zwaar te verduren. Rechters hielden daar ook rekening mee: voor een lichter vergrijp werd je op een rustige dag aan de schandpaal genageld, voor een zwaarder vergrijp op een drukke marktdag.
Schandstenen waren ook een schandstraf, en dan met name voor vrouwen van lichte zeden of overspelige vrouwen. Zij werden veroordeeld om met de schandstenen om een voorgeschreven rondgang door de stad te maken. Uiteraard begeleid door een joelende menigte. Op ‘onze’ stenen is - helaas niet zichtbaar op de foto hierboven - het wapen van de stad aangebracht. Ze zijn witgekalkt, en op de andere kant staat ‘Gemeente Sloten’.
Ik heb naarstig gezocht naar een prent waarop zo'n vrouw met schandstenen staat afgebeeld, maar die heb ik niet kunnen vinden. Deze hieronder is door AI gemaakt.

We hebben in het museum ook het brandmerk van de stad. Gebrandmerkt zijn was eigenlijke een permanemente schandstraf: je was immers voor altijd herkenbaar als misdadiger. Een brandmerk was dan ook bedoeld als waarschuwing: iedereen kon meteen zien dat je ooit ergens voor gestraft was. Men was dus gewaarschuwd! Op de afbeelding het brandmerk van Sloten, met in spiegelbeeld de tekst ‘Sloten 1605. En verder twee gekruiste sleutels, die nog in het wapen van de stad (en in het logo van het museum).
Stemboontjes
Stemboontjes zijn een ‘ballotage-instrument’. Ten tijde van de Republiek werden ze in de steden gebruikt voor de jaarlijkse burgemeestersverkiezing. Er waren altijd twee soorten boontjes: zwarte en witte, of zoals in Sloten: vergulde en verzilverde.
De ‘stemzak' werd gevuld met evenveel stemboontjes als er vroedschapsleden waren. Alle leden pakten een stemboontje, en de leden die een gouden boontje pakten zaten dat jaar wel in het kiescollege, maar konden in die hoedanigheid niet meer zelf gekozen worden.
In de tijd van de Republiek werden de burgemeesters (inderdaad meerdere) van een stad gekozen door de vroedschapsleden en uit hun midden. Met andere woorden: ze hadden dubbele petten op: ze waren zowel kiezers als verkiesbaren. Dat werkt natuurlijk niet, en voor dat probleem waren de stemboontjes de oplossing, want die verdeelden de vroedschap in kiezers en verkiesbaren. Er waren namelijk vergulde en verzilverde stembonen, die allemaal samen in een zak gingen. De vroedschapsleden pakten elk een stemboontje uit de zak, en degenen met een verzilverd boontje vormden dat jaar samen het kiescollege, degenen met een vergulde boontjes de verkiesbaren, oftewel de burgemeesterskandidaten.